TRADITIE IN DE KIJKER: Oude graansoorten telen

27.02.2018

Boer Tijs blaast oude graansoorten nieuw leven in

Dit jaar reizen vrijwilligers de regio rond op zoek naar de tradities die leven in het Pajottenland en de Zennevallei. Guillaume ging langs bij Tijs Boelens, een bioboer met een hart voor oude graansoorten. Ergens in een donker kamertje worden verschillende oude graankorrels al jarenlang zorgvuldig afgeschermd van elk daglicht. Niet voor lang meer, als het afhangt van Tijs. Hij vindt dat onze historische graansoorten een tweede kans verdienen.

 

Nieuw project

Vijf jaar geleden riep Tijs samen met een aantal vrienden ‘De Groentelaar’ in het leven. Hun tuinbouwbedrijf legt zich tot op de dag van vandaag toe op de productie van duurzame en biologische groenten en kruiden. Daar houdt het voor Tijs echter nog niet op: achter in zijn moestuin rijpt een nieuw project.

“Het is altijd mijn droom geweest om graan te verbouwen”

Tijs wist al van jongs af aan dat hij boer wilde worden, maar dat is niet het enige wat op zijn verlanglijst stond. “Op een bepaald moment vroeg iemand aan mij ‘wees nu eens eerlijk, wat wil je eigenlijk echt doen?’ Ik heb toen geantwoord dat het altijd mijn droom is geweest om zelf graan te verbouwen. Dat is gewoon wat mij het meest interesseert”, aldus Tijs.

Databanken

Zijn oude granen haalt Tijs uit historische databanken, waarin verschillende variëteiten worden opgeslagen. Om te bepalen welke soorten het meest interessant zijn om in te zaaien, baseert hij zich op de afkomst van het graan. “Je kiest het best voor tarwesoorten die vroeger in een gelijkaardige omgeving groeiden, want dan is de kans op succes groter”. De volgende stap is het kweken, maar dat gaat volgens Tijs niet van de ene dag op de andere. “Zoiets gaat altijd gepaard met vallen en opstaan en kan jaren tijd in beslag nemen”.

Tijs zet het graan niet onmiddellijk op de akker, maar test de verschillende variëteiten in eerste instantie zorgvuldig uit in zijn moestuin. Hij neemt naar eigen zeggen liever het zekere voor het onzekere. “Je weet nooit op voorhand hoe het graan zal reageren op zijn omgeving, vandaar dat het nu allemaal nog op kleine schaal gebeurt”, zegt Tijs. “Op termijn is het echter wel de bedoeling om akkerbouwmatig te gaan werken”.

Niets nostalgie

Tijs zegt dat de reden waarom hij de instandhouding van de oude granen zo belangrijk vindt, niets te maken heeft met nostalgie. “Waar het mij wel om gaat, is dat oude granen vandaag een belangrijkere plaats verdienen in onze samenleving. Het zijn geen folkloristische museumrelicten die we moeten opsluiten in databanken van universiteiten. We moeten ze juist weer tot leven brengen en dat is precies wat ik van plan ben.”

“Oude granen zijn geen folkloristische museumrelicten”

Toch ziet Tijs er wel het voordeel van in om samen te werken met de kleine ambachtelijke molenaar of bakker. “Met een beperkte hoeveelheid graan kan je moeilijk gaan aankloppen bij een grote industriële molenaar.” Meer zelfs, hij denkt dat het goed zou zijn om een verbond te sluiten, zodat ze elkaars positie verstevigen. Hij wijst op het succes van ‘Li Mèstere’, een vereniging van Waalse boeren, bakkers en molenaars. “We zouden daar in Vlaanderen eigenlijk een voorbeeld aan moeten nemen, want dat zou in ieders voordeel zijn. Wie weet komt dat er wel nog van in de toekomst”.

Oude graansoorten

Er staan drie oude graansoorten op het veld van Tijs, elk met andere eigenschappen en kenmerken. “Wat duidelijk opvalt, is dat deze granen veel hoger komen dan de tarwerassen die we vandaag kennen. Het was nochtans een droog jaar, waardoor de groei niet eens zo ongelooflijk was.” De oude granen van Tijs zijn stuk voor stuk relatief modern, aangezien er ook soorten bestaan die teruggaan tot de middeleeuwen.

  

Blé Blanc de Flandre is een wintervariëteit die stamt uit de achttiende eeuw en zeer geschikt is om brood mee te bakken. Tijs demonstreert hoe je de korte glutenketens, die eigen zijn aan de oude graansoorten, herkent. “Het is misschien wat vies om te zien, maar als je een tijdje kauwt op het koren merk je aan de textuur van de brij dat de glutenketens kort zijn. Dat maakt dit graan zo goed verteerbaar”. 

 

Limburgse Rosse is ook een bak-bare wintertarwe en is minstens honderd jaar oud. “In het begin was ik bang dat hij zou gaan liggen, dus had ik voor de zekerheid koorden gespannen”, zegt Tijs. “Hij is gelukkig toch overeind blijven staan”. 

 

  

Engelse rode tarwe is een zeldzame zomervariëteit en is daardoor iets korter. “De opbrengst is misschien wat lager, maar dit is wel mijn paradepaardje”, aldus Tijs.



Tijs is ook actief in het project Water en Wind, als medewerker bij het Regionaal Landschap. Lees meer over dit project.

Interview en artikel: Guillaume Staring voor Werkplaats Immaterieel Erfgoed

Foto's: Guillaume Staring

Reageer