TRADITIE IN DE KIJKER: Aartsbroederschap van de Heilige Drievuldigheid, Teralfene

26.09.2017

Dit jaar reizen de vrijwilligers van de Erfgoedcel de regio rond op zoek naar de tradities die hier leven. Heel wat mensen zetten zich met hart en ziel in zodat hun traditie kan blijven bestaan. Machteld ging praten met Joseph Van Den Haute, voorzitter van het Aartsbroederschap van de Heilige Drievuldigheid in Teralfene.

Een historische vereniging, 313 jaar oud

De Aartsbroederschap van de Heilige Drievuldigheid van ‘Ter-Alphen’ ontstond op 31 oktober 1704 met als doel de ‘Allerheiligste Drijvuldigheid’ te vereren en de Christelijke slaven in de Noord-Afrikaanse havens vrij te kopen. Heel wat slaven verkregen hun vrijheid dankzij de geldinzamelingen van deze broederschappen, onder wie de schrijver Cervantes van Don Quichote de la Mancha in 1580. Door de inzet van een aantal mensen in Teralfene is deze eeuwenoude traditie met godsdienstig karakter blijven bestaan en is nu 313 jaar oud. Zowel aan de vereniging als aan Joseph Van Den Haute werd in 2004 een gouden medaille voor verdienste door de provincie Vlaams Brabant toegekend.

Processie met 'flambiekes'


Elke tweede zaterdag van de maand gaat in de kerk van Teralfene na de eucharistieviering de sacramentsprocessie door met ‘flambiekes’. Flambeeuwen zijn staanders met bovenaan een kapelletje waarin een brandende kaars zit. Samen met het broederschap van de Heilige Rozenkrans trekken een 15-20 tal leden door de middengang, linker- en rechterzijbeuk van de kerk met een misdienaar met kruis voorop. Achteraan gaat de vaandeldrager met de Sacramentsvlag, samen met de twee voorzitters. Ondertussen zingen alle gelovigen het lied ‘Lof en eer zij Jezus Christus’ en de lofzang ‘Tantum ergo’. De leden van de broederschappen vormen een erehaag voor de pastoor die met het ‘Allerheiligste’ naar het altaar stapt om het daar te eren: de monstrans (gouden houder), waarin een geconsacreerde hostie, het Heilig Sacrament, zit. Tot slot blaast ieder zijn kaarsje uit en bergt het flambieke terug op. 

Deze processie is een restant van een ceremonie die georganiseerd werd wanneer slaven vroeger in Europa aankwamen. Wanneer een schip met slaven aanmeerde, werden de slaven de eerste veertig dagen in quarantaine gehouden om besmettelijke ziekten buiten Europa te houden. Nadien werden de ‘verlosten’ in een processie aan het volk getoond. De slaven werden door de orde van de broederschap afgehaald, kregen een scapulier (schouderkleed), palmtakken in de hand en werden aan mekaar verbonden met een lang zijden lint. Zo werden ze verder door de gemeente geloodst tot aan de Drievuldigheidskerk.

De eerste vlag met het beeld van de Heilige Drievuldigheid dateert van 1706 maar is niet bewaard gebleven. De huidige vlag is uitgerafeld en dient hersteld te worden.

Jaarlijks feest

Op zaterdag na Pinksteren is er het traditionele eetmaal gevolgd door ‘gerrebolling’. De voorzitter blikt terug op het voorbije jaar en er wordt stilgestaan bij de overleden broeders en zusters. Men werkt natuurlijk ook toekomstgericht. Dienen de statuten aangepast te worden om bijvoorbeeld ook de vrouwen te laten deelnemen aan de processie? Wie kan het bestuur vervoegen? De vereniging blijft nadenken om haar toekomst te verzekeren.

Interview en tekst: Machteld Van Den Bossche

Foto’s: Pierre Boschmans

Lees meer over het Aartsbroederschap in de publicatie ‘Aartsbroederschap van de Heilige Drievuldigheid Teralfene 1704-2004’ (Wilbert De Leyn), verkrijgbaar bij de Heemkundige Kring Belledael van Affligem

Contact broederschap: Joseph Van Den Haute, joseph.van.den.haute@telenet.be, tel. 053-66 97 56.


Reageer