Erfgoedtypes

Volkssporten

Volkssporten zijn sporten die al een hele lange traditie kennen. Sommige sporten beoefen je individueel, zoals de duivensport, voor anderen heb je dan weer een ploegje nodig, zoals bij het kaatsen. In elk geval praten de spelers na een spel vaak na op café. Kameraadschappelijkheid is bij deze sportbeleving vaak erg belangrijk. Denk maar aan de schuttersgilden of het vinkenzetten. In sporten als het vinkenzetten zijn ook trouw en loyaliteit gevraagd. Daarnaast draaien alle sporten eveneens om prestige. Soms spelen de deelnemers om veel meer dan alleen de eer. Zo is in de duivensport aan de eerste plaats een flinke geldprijs verbonden. In het vinkenzetten zijn geldprijzen dan weer eerder zeldzaam.

Vele volksportverenigingen zijn al eeuwenoud. Ze beschikken dan ook vaak over een waardevolle collectie vlaggen, oorkondes, prijswaren of breuken. 

Boogschieten

Koninklijke Schuttersgilde Sint-Sebastiaan van Sint-Pieters-Leeuw

Historisch was de schutterij of schuttersgilde een soort buurtwacht bestaande uit burgers, opgericht om de stad of het dorp te beschermen bij een aanval. De folkloristische schutterijen die vandaag nog bestaan, hebben vooral een sociale, culturele en toeristische functie. Zij organiseren schietwedstrijden, schuttersfeesten en bijhorende optochten, passend in het kader van de bestaande rituelen en tradities. Er zijn echter ook clubs die de schutterij eerder als een sportdiscipline zien. Zij organiseren wedstrijden tussen de leden en met andere clubs. De beste schutter van een vereniging wordt voor een jaar tot koning gekroond. Als hij hierin drie opeenvolgende jaren slaagt, wordt hij tot keizer uitgeroepen.

De staande wip, ook wel de (schuts)boom genoemd, is een 20 tot 30 meter hoge paal. Aan de top van de boom worden de gaaien bevestigd. Dit zijn houten vogels of felgekleurde pluimen, die de schutters van de schutsboom schieten. Liggende wip is dan weer een discipline waarbij op een wip geschoten wordt die op 17 meter afstand staat.

Vele steden of gemeenten, zoals Sint-Pieters-Leeuw, hebben een schuttersgilde. Het schuttershof van de Koninklijke Schuttersgilde Sint Sebastiaan Sint-Pieters-Leeuw wordt al vermeld in teksten van 1497. Ook in Dilbeek is er een Sint-Sebastiaansgilde en in Lennik worden soms workshops boogschieten georganiseerd.

Duivensport

Duivensport wordt ook duivenmelken genoemd. De term verwijst naar de essentie van de sport: het kweken van de duiven. De duivenjongen worden met veel zorg gekweekt en getraind zodat ze goed kunnen presteren op prijskampen. In een duivenwedstrijd moeten de duiven zo snel mogelijk van een losplaats naar hun duivenhok vliegen. Hoewel de clubs steeds minder leden tellen, zijn in het Pajottenland nog enkele clubs actief, zoals De Ware Vrienden der Verre Drachten Beersel en Recht voor Ieder uit Gooik. Ook de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond bevindt zich in onze regio.

Kaatsen

Kaatsspel - Luc CromphoutEr zijn vele balsporten die allemaal onder de noemer ‘kaatsen’ vallen. In elk geval probeert de speler de bal met de handpalm of vuist zo te slaan, dat de tegenpartij de bal niet geldig kan terugslaan. De populariteit van het spel hangt sterk samen met de loop van de Dender vanuit Wallonië. In onze streek is kaatsen een populaire sport in bijvoorbeeld Galmaarden en Herne. Vroeger werd het ook wel gezien als een tussenseizoenssport: de mannen kaatsten of speelden voetbal. Als je nieuwsgierig bent naar hoe het spel nu juist in zijn werk gaat, kan je eens aankloppen bij Kaatsclub Op en Over Galmaarden of RC Halle. Ook op de website van de Kaatsentiteit Vlaanderen kan je informatie inwinnen.

Kegelen

Kegelen is een spel waarbij je met een bal een aantal kegels omver probeert te gooien. Een kegelbal is vaak net iets groter dan een bowlingbal. Het grootste verschil is het aantal gaten dat er in zit: een kegelbal heeft maar één gat waar je alleen je duim in steekt. Met deze bal moeten de 9 kegels aan het einde van de baan in één keer allemaal omgegooid worden. Er mag slechts één keer geworpen worden. Op de Elsemheide in Alsemberg (Beersel) vindt jaarlijks een kegelfeest plaats.

Bollen

Bolspelen stonden steevast op het programma van de jaarlijkse dorpskermis of jaarmarkt. Vlaanderen kent tal van lokaal-regionale, traditionele (spel)varianten en per streek is een andere variant het populairst. De spelregels zijn bijvoorbeeld niet overal gelijk. Erg verwonderlijk is dat niet: de spelregels en de speltradities werden generaties lang mondeling doorgegeven en werden pas in de laatste decennia in reglementen gegoten. In sommige cafés, bijvoorbeeld in ’t Bakske in Liedekerke, wordt deze sport nog doorgegeven.

De laatste jaren kent vooral de curve bowl, een Engelse variant, veel bijval. Bij de gemeente Liedekerke kan je een curve bowlspel uitlenen en Sportregio Pajottenland organiseert initiatielessen en een curve bowltornooi. 

Vinkenzetten

VinkenzettenHet vinkenzetten wordt in Vlaanderen al heel lang beoefend. Zo bestond er in 1593 al een vinkeniersgilde in West-Vlaanderen. Vinkenzetten is het houden van zangwedstrijden voor vinken. Vinkeniers zetten hun gekooide vinken ‘in reke’: op een rij, met telkens ongeveer 2m40 tussen. De vinkenier luistert gedurende een uur naar zijn vogel en noteert de geldige zangen door een aantekening te maken op een stok of ‘reke’. Het is de bedoeling dat een vink zoveel mogelijk geldige fluitsignalen laat horen. Enkel liedjes die op de juiste manier gezongen worden, zijn geldig. De vink die in 1 uur tijd de meeste liedjes zingt, wint de wedstrijd. Ook in het Pajottenland wordt regelmatig met de vogels gespeeld. Onder andere De Verenigde Vinkeniers in Liedekerke en De Eerlijke Vink in Roosdaal kunnen je alles over de sport vertellen.

Handige links

Verhaal en taal

Het Pajottenland is een land van vertellers, waar naast een diepgewortelde muzikale traditie ook een stevige orale traditie bestaat. Net als de volksmuziek is het vertellen van lokale verhalen trouwens opnieuw bezig aan een opmars. Regiobewoners vertellen zowel volksverhalen als legendes en zingen volksliedjes, die allemaal van generatie op generatie worden doorgegeven. Lennik wil zich, wat betreft het gesproken woord, zelfs profileren met een woordcentrum.

Vertellen is beleven

Een vertelmoment is niet enkel een gelegenheid tot informatieoverdracht of voor de verteller een kans om een traditie verder te zetten. Het publiek beleeft namelijk samen de verschillende emoties die opgewekt worden. Wat is nu leuker dan samen in bewondering staan of samen griezelen? Vertellerscollectief ‘t Wachtwoord uit Lennik begrijpt dat de kunst van het vertellen niet te onderschatten valt en neemt deel aan verschillende vertelavonden. Het collectief helpt de gemeente zich te promoten als woordgemeente in het Pajottenland.

Pajottenland Plus - Plezant StamineeOok Pajottenland+ wil deze herwaardering van de verteltraditie, die in de regio deel uitmaakt van de streekidentiteit, zeker ondersteunen. Tijdens een “Plezant Staminee” wil de organisatie in cafés, tavernes en bistro’s in heel het Pajottenland streekverhalen vertellen, liedjes over de streek zingen en muziek laten brengen door individuele muzikanten of groepen uit de regio.

Op de website van Pajottenland Plus vind je onder andere verhalen over de Congoberg in Galmaarden en de Kesterheide in Gooik.

Een woordenboek per gemeente ... of per dorp? : Als je goed luistert is het zeker mogelijk zoiets als ‘het Pajots’ te ontwaren, een taal die geografisch ingesloten wordt door de Dender in het westen, Brussel in het Oosten en Wallonië in het Zuiden. Elke gemeente in het Pajottenland en de Zennevallei heeft echter in de loop der tijd zijn eigen accenten gelegd, zijn eigen dialect ontwikkeld. Soms zijn zelfs de verschillende dorpjes op zich een enclave. Spreek je dialect en ik zeg waar je vandaan komt! In vele gemeentes doen heemkundige kringen en andere organisaties onderzoek naar het dialect en proberen ze het te bewaren. Zo stelt de heemkundige kring van Liedekerke een woordenboek op. In Beersel organiseert het Heemkundig Genootschap Van Witthem regelmatig activiteiten of tentoonstellingen over hun dialect. Robert Van der Cruys bracht zelfs een boek en dubbel-cd uit van het sappige dialect uit de fusiegemeente Ternat: Ejje mau verstuin?

Herne wil werk maken van een pagina op de gemeentewebsite, waar je maandelijks een verhaal in het Hernse dialect kan lezen. Er wordt ook aan een dialectwoordenboek gewerkt.

 

Handige links

Vlaamse Volksverhalenbank

Volksverhalen Almanak

Variaties vzw

Tradities en feest

Tradities worden door levende gemeenschappen in ere gehouden en wijzigen dan ook doorheen de tijd. Vele van deze tradities komen met de regelmaat van de klok terug, denk maar aan carnaval, kermissen, jaarmarkten en processies. De hele gemeenschap draagt vaak zijn steentje bij en voelt zich op die manier verbonden met de gemeenschappelijke geschiedenis en met elkaar.

Jaarmarkten en processies

In bijna alle gemeenten van onze regio vinden jaarmarkten plaats, waar verschillende lokale organisaties vertegenwoordigd zijn. Zo’n jaarmarkt wordt meestal opgeluisterd door lokale en nationale bands en muziekartiesten. Amusement en vermaak zijn dan ook vaak belangrijker dan het verkopen van producten. Zo’n jaarmarkt ging of gaat ook regelmatig samen met een veemarkt. Ook aan veemarkten zijn tal van tradities en heel wat spektakel verbonden: het vee wordt gekeurd en er worden prijzen uitgereikt. Je vindt in onze regio nog verschillende traditionele jaarmarkten onder andere in Herne en Schepdaal.

Ook een deel van het spektakel zijn de ommegangen, die dikwijls georganiseerd worden rond dezelfde tijd als de jaarmarkt. In zulke optochten lopen soms ook fanfares en vaandelzwaaiers mee. Voor meer informatie over de processies zelf, kan je onze tekst over religieus erfgoed lezen.

Werpen

Misschien de meeste merkwaardige en unieke traditie uit de regio is de viering ter ere van de Pauwel. Wortels van deze viering gaan terug tot 1382. Een mogelijke verklaring van het gebruik is dat de heilige Paulus Galmaarden toen van de pest redde. Jaarlijks kiest de St.-Paulusgilde een nieuwe Pauwel onder zowel de Galmaardse jongens als volwassenen. Daarna gaat hij samen met zijn bende ‘de apostelen’ op stap. Op de dag van de viering, rond 25 januari, worden dan honderden broodjes uitgestrooid. Ook in Gooik wordt kwistig rondgestrooid en wel met parels! Elk jaar worden op 15 augustus wel 3.000 chocoladepareltjes vanuit het gemeentehuis naar de aanwezigen gegooid.

Carnaval

In Dilbeek trekt jaarlijks een carnavalstoet door de straten, maar Halle is "Carnavalhoofdstad van Vlaams-Brabant". Het driedaags feest wordt voorafgegaan door voorbereidingen aan de wagens, de verkiezing van de prins, revues, etc. De carnavalraad zet zich in om het Halse carnaval goed op poten te krijgen en de tradities van carnaval te bewaken. Het carnaval met zijn stoet worden georganiseerd door Halattraction.

Bellemannen

Bellemannen hadden eeuwenlang een uiterst belangrijke maatschappelijke functie. Tot laat in de 19e eeuw konden niet veel mensen lezen en schrijven. Boeken en kranten waren slechts voor een kleine groep van de bevolking toegankelijk. Aankondigingen, bevelschriften, wetten en nieuws verschenen voor deze mensen op papier, maar werden gewoonlijk ‘konde gemaakt’ aan het grote publiek door de belleman. In onze regio hebben we nog twee bellemannen: de Belleman uit Gooik en de Gronkelman in Lennik. Bellemannen uit België, Nederland en Engeland zijn verenigd in de Gilde der Bellemannen van het Europees Continent. Jaarlijks worden kampioenschappen georganiseerd.

Bloemenstoet

Momenteel bestaan in Vlaanderen nog maar vijf bloemencorso's en één daarvan gaat uit in onze regio! Elke Pinkstermaandag gaat in Ternat een bloemenstoet uit. In 2012 was het zelfs de honderste keer dat dit gebeurde. Het waren de gebroeders Poodt die in 1912 de inwoners van Ternat verrasten door in het dorpscentrum met een versierde kar vol bloemen rond te rijden. Tientallen jaren werden de bloemenwagens gemaakt door de wijken, muziek- en andere verenigingen en scholen. zoals alle tradities is ook deze geëvolueerd: naast de bloemenwagens duiken er ook meer folkloristische elementen op zoals reuzen, heksen en majorettes.

Heksen

In 1594 en in 1595 werden in Bever twee vrouwen veroordeeld wegens toverij. Zij werden door de inquisitoriale rechtbank (onder Filip II van Spanje) van hekserij beschuldigd. Eerst werden de vrouwen gewurgd en daarna verbrand. De folkloregroep De Makrallen wil de geschiedenis van de heksen levend houden. De vereniging brengt toneelopvoeringen over heksenprocessen, neemt deel aan stoeten en organiseert heksenwandelingen. Het heksenbeeld van Marie Catier op de Plaats herinnert voorbijgangers en wandelaars aan het heksenverhaal van Bever. De Makrallen onthullen in september 2012 heksenreuzin ‘Tinneken Delval’, een dame van 4,40m.

23 reuzen

De traditie van de reuzen leeft in heel Vlaanderen. Ook in het Pajottenland en de Zennevallei nemen reuzen deel aan processies en stoeten. Er komen ook nu nog reuzen bij. Nieuwe reuzen worden naar analogie met menselijke gebruiken gedoopt en krijgen een meter en een peter toegewezen. Vaak worden de reuzen ook ingeschreven in het bevolkingsregister.

Vroeger verwezen reuzen vaak naar een Bijbelse of mythologische figuur, maar steeds vaker refereren ze aan een lokale geschiedenis of dorpsfiguur, (volks)verhaal of ambacht. Zo leeft Victor De Klerck uit Roosdaal bijvoorbeeld voort in reus Den Dikken van Pamel. Sint-Genesius-Rode produceerde vroeger meubelen en bezems voor de wijde omgeving en Brussel. De Rodenaars houden aan deze traditie de spotnaam ‘bezembinders’ over. Hun reus Tiest is van beroep ook bezembinder. Triene is dan weer taartenbakster, omdat Rode ook rijsttaart en blauwebessentaart produceerde voor Brussel. Reuzen zijn vandaag de dag vooral een manier om mensen samen te brengen. De “Confrérie van de Vaantjesboer”, de organisatie achter reuzen Vaantjesboer en Parapluke, draagt de Halse volkscultuur een warm hart toe. Ze staat in voor de jaarlijkse reuzenfeesten en de tweejaarlijkse reuzenstoet. In Ternat loopt reus Naren elk jaar mee in de bloemenstoet op Pinkstermaandag. (foto?)

Wil je meer weten over onze 23 reuzen, dan kan je terecht in het boekje ‘Reuzen in Pajottenland en Zennevallei’, dat we in april 2012 uitbrachten. Volkskunde Vlaanderen startte een online reuzenregister waar je zelf reuzen kan registreren en foto’s en verhalen toevoegen.

 

Kalender

Januari

- Galmaarden: Pauwelviering (zondag rond de 25ste)

Februari

Maart

- Halle: Carnaval

- Dilbeek: Carnaval

- Dilbeek: Paardenmarkt

April

- Bever: Kermis

Mei

- Halle: Sinksenfeesten

- Dilbeek: Paardenmarkt

- Ternat: Bloemenstoet (Pinkstermaandag)

- Herne: Jaarmarkt (Pinkstermaandag)

- Gooik: Kermis (eind mei)

Juni

- Wambeek: Wammekse Feesten (tienjaarlijks, opnieuw in 2018)

 Juli

- Dilbeek: Paardenmarkt

- Bogaarden/Pepingen: Dorpsfeesten

Augustus

- Gooik: Parelwerpen (15 augustus)

- Huizingen: Jaarmarkt/Rommelmarkt (15 augustus)

- Tollembeek: Kermis (zondag na 15 augustus)

- Galmaarden: jaarmarkt (eind augustus)

- Sint-Genesius-Rode: Kermis (laatste zondag van augustus)

September

- Schepdaal: Jaarmarkt

- Halle: Kermis t’ Halle (begin september)

- Halle: Internationale Reuzenstoet (begin september)

- Schepdaal: Jaramarkt (midden september)

- Dilbeek: Paardenmarkt (eind september)

- Beersel: Jaarmarkt (eind september)

- Lot: Jaarmarkt (eind september)

- Gooik: Jaarmarkt (eind september)

- Sint-Genesius-Rode: Jaarmarkt (eind september)

- Ruisbroek: Jaarmarkt (zaterdag voor de eerste zondag van oktober)

Oktober

- Bever: Kermis

- Linkebeek: dorpsfeest

- Linkebeek: Oktoberkermis

- Dilbeek: Jaarmarkt (begin oktober)

- Liedekerke: Jaarmarkt (2e weekend oktober)

- Ternat: Jaarmarkt (3e zaterdag van oktober)

- Lembeek: Lembeek leeft! (midden oktober)

- Vlezenbeek: Jaarmarkt (zondag na 18 oktober)

- Drogenbos: Jaarmarkt (eind oktober)

- Dworp: Jaarmarkt (eind oktober)

 November

- Sint-Pieters-Leeuw: Jaarmarkt

- Lennik: Jaarmarkt (eind november)

Ontbreekt er iets in deze lijst? Laat het ons weten!

 

Handige links

Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag

Reuzen in Vlaanderen

Tradities.be

Feestelijk Vlaanderen

 

Literatuur

Erfgoedcel Pajottenland Zennevallei. Reuzen in Pajottenland en Zennevallei, Dilbeek: Erfgoedcel Pajottenland Zennevallei, 2012. (te koop in de erfgoedwinkel)

Religieus erfgoed

Religie is steeds bepalend geweest voor ons landschap en onze leefomgeving. Het landschap ligt bezaaid met kerken en kapellen en lokale tradities zoals carnaval hebben een religieuze oorsprong. Deze omgeving is ook voortdurend in beweging. 

Processies en bedevaarten

Niets drukt welzijn van een gemeenschap zo treffelijk uit als een plaatselijke ommegang of processie. Met het heiligenbeeld trekt de gemeenschap langs de grenzen van het dorp. Zo worden akkers gezegend en de dorpsgrens afgebakend. De gemeenschap kent zijn grens... en de buitenstaanders dan ook... Onze regio is ook gezegend met twee grote bedevaartsoorden: Alsemberg, maar vooral Halle. Ook nu blijven bedevaarders de Mariastad bezoeken. De bedevaart en de aankomst in de basiliek zijn immers het hoogtepunt voor de bedevaarder: de focus van de tocht waarop hij of zij te voet, per fiets of in de rolstoel al die moeite deed.

In Halle gaat nog tweejaarlijks de Mariaprocessie door, waarbij het Mariabeeld, omringd door honderden figuranten, de stad rondgedragen wordt. 700 jaar oud, maar nog steeds springlevend gaat in Lembeek jaarlijks op Paasmaandag de de Sint-Veroonsmars uit. De kasdragers dragen het reliek van de heilige Veroon en worden daarbij omgeven door verschillende soldatengroepen. In Bellingen zijn het de relieken van de heilige Drogo die in een processie rondgedragen worden.

Religieuze wortels

Samen inspannen vormt de kern van de religieuze erfgoedbeleving. Maar dat moet niet altijd even serieus zijn. Ontstonden de dorpskermissen niet uit het patroonfeest van de plaatselijke heilige? En in Halle werd zelfs speciaal sterker bier gebrouwen, om bedevaarders op krachten te laten komen... het duivelsbier! Zo hebben diverse erfgoedaspecten een religieuze oorsprong.

Sporen in het landschap

Niet alleen staat in elk dorp de kerk in het midden. Bedevaarten zorgden ervoor dat de kerken van Alsemberg en Halle grootse gebouwen werden. Voor projecten rond waardevolle kapellen die mee bepalend zijn voor het landschap kan je bij het Regionaal Landschap Pajottenland & Zennevallei terecht.

Kloosters en abdijen waren in landelijke gebieden vaak een bron van kennis, politiek en economisch belang. In de abdij Zevenbronnen in Sint-Genesius-Rode kwam Keizer Karel in de 16e eeuw voorbij en het karthuizerklooster in Herne kreeg de belangrijke mysticus Jan Ruusbroec over de vloer.

Ook de woelige 18e eeuw liet haar sporen na in het religieuze landschap. Katholieken die niet aan het concordaat met Napoleon wilden toegeven, scheidden zich onder leiding van pastoor Cornelis Stevens af van de kerk. Stevenistengemeenschappen vind je vandaag in Herfelingen en Leerbeek nog terug.

Religieuze objecten

Dankzij deze tradities beschikken we vandaag over een schat aan erfgoed: religieuze objecten voor processies en ommegangen of de rijke kerkcollecties aan schilderkunst, beeldhouwwerken en smeedwerk. Maar ook persoonlijke objecten als bidprentjes, paternosters of huiskapelletjes maken hier deel van uit. Op erfgoedplus.be worden deze objecten samengebracht.

 

Religieuze kalender

- Zondag 25 januari of volgende zondag: St.-Paulus (Galmaarden): Pauwelviering

- Woensdag voor Pasen: Galmaarden: Ommegang van het H.Kruis

- Paasmaandag: Elingen (Pepingen): Paardenprocessie

- Paasmaandag: Lembeek (Halle): St.-Veroonsmars

- 2-jaarlijks op Pinksterzondag: Halle: Mariaprocessie

- 1e zondag van mei: Groot-Bijgaarden (Dilbeek): Wivinaprocessie

- 1e zondag na Pinksteren: Kester en Oetingen (Gooik) - Herfelingen (Herne) : Heilige Drievuldigheidsprocessie (Kesterweg of Paardenprocessie)

- 3e zondag na Pinksteren: Bellingen (Pepingen): Drogo-ommegang

- Laatste zaterdag van mei: Roosdaal: Kinderzegening aan de kapel van de Zeven Beuken

- laatste dag van mei: Sint-Laureins-Berchem: Kaarskensprocessie

- Oktober: Sint-Hubertusviering Lembeek (Halle)

Ontbreekt er iets in deze lijst? Laat het ons weten

 

Handige links

Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur

Religieus Erfgoed Vlaanderen

KADOC

Kerknet

Erfgoedplus

Ben je op zoek naar lokale actoren die bezig zijn met religieus erfgoed? Ga dan zeker eens kijken op onze erfgoedkaart.

Meer informatie over processies en bedevaarten vind je in de publicatie 'Bewogen tijd' van Erfgoedcel Pajottenland Zennevallei.

Muziek, woord en dans

De partituren van Servais en zijn Stradivarius, de gedichten van De Mont en de toneelstukken van Ballings en Teirlinck maken deel uit van het roerend patrimonium. De volksdansen en folktraditie behoren dan weer tot het immaterieel erfgoed. De vele festivals die in de regio georganiseerd worden, laten zien dat zowat alle muzieksoorten gesmaakt worden. Vooral folk en volksmuziek hebben een speciaal plaatsje in het hart van de inwoners van het Pajottenland en de Zennevallei.

Muziek uit het verleden

François Servais (1807-1866), de Halse cellist en componist, is wereldberoemd. De Stradivarius die hij in 1701 kreeg van een bewonderaar, staat zelfs in het Smithsonian Museum, Washington (USA). Vzw Servais probeert de nagedachtenis van François Servais en zijn nakomelingen in leven te houden. Door je in te schrijven op hun nieuwsbrief blijf je op de hoogte van hun onderzoek, publicaties en concerten.

Muziek over de glooiende heuvels

Een muzikale traditie die al uit de Middeleeuwen dateert kan je soms ook vandaag nog over de Zennevallei horen luiden... Hou Uit in Halle in het oog voor data van de eerstvolgende beiaardconcerten. Als de beiaardier even rust kan je het klokkenmuseum bezoeken, dat is ondergebracht in de toren van de Sint-Martinusbasiliek. De collectie omvat enkele oude klokken en afgietsels van klokken, een beiaardklavier, een torenuurwerk en een oude beiaardtrommel.

Iets recenter is de traditie van fanfares en koren. Toch bestaan sommige fanfares al meer dan 125 jaar! Zowel in het Pajottenland als in de Zennevallei zijn vele fanfares actief. Tijdens verschillende evenementen laten zij aan het publiek zien waar zij al die tijd op geoefend hebben.

Er wordt wel eens gezegd dat de bakermat van de Vlaamse muziek in het Pajottenland en de Zennevallei ligt. Dat zegt men natuurlijk niet zomaar... Het hele jaar door kan je in de regio kennis maken met verschillende soorten muziek, van traditionele folk en jazz tot rock en pop. Je kan ook kennismaken met “nieuw erfgoed” op het Wereldcultuurfestival TingaTinga.

Muziekmozaïek is een organisatie die probeert om dit hele gamma aan muziek te ondersteunen. Ze organiseert naast stages in folk, jazz en volksmuziek ook folk- en jazzevenementen zoals Gooikoorts (een jaarlijks internationaal festival voor traditionele volksmuziek) en het Driekoningenbal. De organisatie geeft ook twee driemaandelijkse tijdschriften uit: Jazzmozaiek en Goe Vollek (over folk). Daarnaast beheert Muziekmozaïek het Volksinstrumentenmuseum in Gooik, dat gelegen is op de zolderverdieping van gemeenschapscentrum De Cam. De rondleidingen gaan gepaard met uitgebreide demonstraties op de instrumenten.

Geen muziek zonder dans

VolksdansenVolksdansgroep Pajottenland uit Sint-Ulriks-Kapelle brengt traditionele Vlaamse dansen die het leven op het platteland uitbeelden. De groep treedt op in typisch Brabantse klederdrachten uit de 19e eeuw en is een graag geziene gast op internationale folklorefestivals. In de volkskunstgroep Pippezijpe uit Dilbeek trachten volksdansers, vendeliers en muzikanten de traditionele volkskunst levend te houden.

 

Literaire lofzangen op het Pajottenland en de Zennevalei

 

Teirlinck-huisDe regio Pajottenland-Zennevallei ziet zichzelf wel eens als literaire regio en dat is niet toevallig. Eigenlijk is het Pajottenland zelfs ontstaan in de literatuur, toen F.J. De Gronckel voor het eerst over ‘’t Payottenland’ schreef. Heel wat gekende Vlaamse schrijvers komen uit de streek of hebben zich hier gevestigd. Denk maar aan Jaak Ballings uit Galmaarden en Pol de Mont uit Ternat. Herman Teirlinck en Hendrik Conscience woonden dan weer geruime tijd in Beersel. Zij lieten zich inspireren door de omgeving of werden door de rust aangetrokken om te schrijven.

Ook nu nog kunnen schrijvers, vertalers, kunstenaars, componisten, denkers en academici uit binnen- en buitenland tot rust komen in het Pajottenland en de streek rond Vollezele verkennen vanuit Villa Hellebosch, een ruim landhuis, gelegen in het midden van een groot domein met een rustiek park, weiland en beukenbos.

 

Handige links

UiT in Vlaanderen

Muzikaal Erfgoed

Danspunt

Vlaamse Erfgoedbibliotheek

Letterenhuis

 

Literatuur

Elisabeth Bruyneel, Robbe Herreman, Andreas Stynen en Staf Vos, Veel volk verwacht: populaire muziekcultuur in Vlaams-Brabant sinds 1800, co-editie van Uitgeverij Peeters en Provincie Vlaams-Brabant, 2012.

Stefan Van den Bossche, Het Pajottenland door schrijvers heen, Antwerpen: Facet, 1992.

Levend erfgoed

Tot het levend erfgoed behoren alle dier- en plantensoorten die sinds lange tijd gekweekt en geteeld worden. Sommige van deze rassen dreigen wel eens te verdwijnen. Oude en streekeigen rassen kunnen ons nochtans veel vertellen over onder andere de landbouw- en landschapsgeschiedenis. Daarom is het belangrijk om ze niet alleen te onderzoeken, maar ook in leven te houden. Meer informatie over het levend erfgoed van Vlaanderen vind je bij het Steunpunt voor Levend Erfgoed. Het Brabants trekpaard is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van levend erfgoed uit Vlaams-Brabant. De Museumtuin van Gaasbeek herbergt een grote collectie leifruitbomen, waarschijnlijk zelfs de grootste en meest volledige collectie ter wereld.

Belgisch trekpaard

Het begin van de fokkerij van Belgische raspaarden dateert van 1860. Voorouders van dit paard werden al tussen de 11e en 16e eeuw als oorlogspaard gebruikt in Brabant en de rest van Vlaanderen. Later moest het trekpaard zware werktuigen trekken op het platteland, in de mijnbouw en in de haven.

Trekpaarden - Godelieve EeckhoudtOmdat de kweek van het zware Belgisch trekpaard zo succesvol was in Vlaams-Brabant, wordt het paard ook wel Brabander genoemd. Vele paardenfokkerijen bevonden zich in het Pajottenland, maar het is vooral Vollezele dat zich de bakermat van het Belgisch Trekpaard mag noemen. Het is dan ook normaal dat we het Museum van het Belgisch Trekpaard terugvinden in peerdendorp Vollezele. Je komt er onder andere te weten hoe de legendarische hengsten Orange I en Brillant het Belgisch trekpaard wereldberoemd hebben gemaakt.

Ook in Sint-Kwintens-Lennik wordt je aan de Brabander herinnerd. Het vier meter hoge bronzen beeld “Prins – De Trots van Brabant”, vervaardigd door Koenraad Tinel, staat sinds september 1992 symbool voor de landbouwtraditie van het Pajottenland.

Rozen

In Sint-Pieters-Leeuw houden ze een ander aspect van ons levend erfgoed in ere in de rozentuin. Jaarlijks bloeien in het Colomapark meer dan 3.000 rozenvariëteiten: van juni tot oktober bloeien dagelijks zo’n 200.000 bloemen! De tuin, die sinds 1995 in verschillende fases door de afdeling Bos & Groen van de Vlaamse Gemeenschap werd aangelegd, is intussen uitgegroeid tot één van de grootste en belangrijkste rozentuinen van Europa. In kasteel Coloma vinden regelmatig tentoonstellingen plaats en op het domein bevindt zich ook een hoogstamboomgaard met streekeigen fruitsoorten en klimrozen.

Telen op traditionele wijze

Het Provinciaal Proefcentrum voor Kleinfruit 'Pamel’ in Roosdaal houdt de Pajotse traditie van het telen van kleinfruit levendig en teelt onder meer frambozen en aardbeien op biologische wijze. In de Museumtuin van Gaasbeek vinden we groenten, kruiden, bloemen, heesters en bomen terug die tussen 1860 en 1940 in alle grote tuinen te vinden waren. Toen beleefde de Vlaamse tuin- en sierteelt namelijk absolute hoogdagen. In deze tuin past men ook oude teeltmethodes toe. Op het domein rondom het kasteel staat een groot bos, waarvan een aantal bomen meer dan driehonderd jaar oud is. We vinden er vooral zomereik, beuk, kastanje en esdoorn terug. Zouden hier de hoogste beuken van België staan?

 

Handige links

Agentschap voor Natuur en Bos

Steunpunt Levend Erfgoed

 

Titelfoto: Godelieve Eeckhoudt

Culinair erfgoed

Dat de Pajot een levensgenieter is uit zich in de lange lijstjes plaatselijke gerechten en dranken. Maar culinair erfgoed is veel meer dan een opsomming van gerechten of producten uit de streek. De streek staat trouwens al erg lang gekend om zijn culinaire hoogstandjes. Zo aten Brusselaars vroeger graag de taarten uit Rode en het brood uit Linkebeek. Deze werden vaak specifiek voor Brussel geproduceerd.

Kazen

Mandjeskaas WalschotIn Beersel en ook Drogenbos floreerden vroeger tientallen kaasmakerijen. De kaasboeren, zogeheten paretters, verkochten hun ‘mandjeskaas’ op de Brusselse markten. Voor de Tweede Wereldoorlog waren ze wel met 140! Nu is er nog maar één traditionele kaasmakerij actief: de firma Walschot in Beersel produceert het erkende streekproduct nog volledig handmatig.

Zowel de mandjeskaas als platte kaas worden traditioneel gegeten op een snee boerenbrood met radijsjes, bosuitjes of bieslook. Mensen uit de streek drinken er graag een geuze of lambiek bij.

Kleinfruit

Het Pajottenland was in de 19e en 20e eeuw, en zeker tussen beide oorlogen, een vermaard productiecentrum van aardbeien en ander klein fruit. Daarom werd soms naar de streek verwezen als ‘le pays des fraises’. De teelt gebeurde op kleinschalige basis door boerenfamilies, die er een extra inkomen aan overhielden. Het Provinciaal Proefcentrum voor Kleinfruit 'Pamel’ in Roosdaal houdt deze Pajotse traditie levendig en teelt onder meer frambozen en aardbeien op biologische wijze. Jaarlijks organiseert het PPK een Dag van de Aardbei. Ook in Sint-Pieters-Leeuw bestaat er een traditie met aardbeien… Op de aardbeienjogging krijg je als sportieveling een bakje rood fruit van zodra je over de finishlijn loopt. De Verenigde Aardbeikwekers uit Vlezenbeek ondersteunen de aardbeienteelt in de gemeente.

Fruittuin van Brussel

Rond boerderijen werden vaak hoogstamboomgaarden aangelegd. Wat eerst een nevenactiviteit van de boer was, evolueert in de 19e eeuw naar een belangrijke bron van inkomsten. Daarom wordt de streek ook wel ‘de fruittuin van Brussel’ genoemd. Steeds meer families-fruitkwekers legden hun eer in deze activiteit – hun naam leeft voort in oude fruitrassen, zoals Jefkespeer en Joseph Musch. Deze fruitteelt ligt mee aan de basis van de lokale fruitbieren.

Geuze en Kriek

Henri Dekoninck en Frans BoonWist je dat de echte geuze en kriek alleen in het Pajottenland en de Zennevallei gebrouwen worden? De aanwezigheid van enkele unieke bacteriën zorgen voor de spontane gisting in open lucht. De wortels van de lambiekbrouwtraditie gaan al terug tot rond 1300. Vanaf 1900 en vooral na de Tweede Wereldoorlog vervangt de geuze in grote mate lambiek en faro. Een overzicht van de brouwerijen en stekerijen die, nog steeds of opnieuw, in de oude vestingen actief zijn, kan geraadpleegd worden onder www.horal.be. Deze Hoge Raad voor Ambachtelijke Lambiekbieren organiseert tweejaarlijks Toer de Geuze, een openbrouwerijendag waarbij de lambiekbrouwers hun deuren openzetten voor het grote publiek.

Geuze en Kriek zijn niet enkel lekker om zo te drinken, ze geven ook een extra dimensie als ze in een gerecht verwerkt worden. Een traditioneel gerecht is bijvoorbeeld konijn met geuze.

Nieuwe streekproducten

Enkele tradities zijn spijtig genoeg verdwenen, denk maar aan de hopcultuur. Er zijn nu nog slechts twee hopstaken in Sint-Martens-Bodegem. Maar naast de streekproducten met een jarenlange geschiedenis, ontstaan in de laatste jaren heel wat nieuwe lokale producten die naar de gemeente en zijn geschiedenis verwijzen. De streekidentiteit van de Pajot is erg groot en daar zet Pajottenland+ met zijn regional branding erg op in. Daarenboven staat de lokale teelt erom bekend erg kwaliteitsvol te zijn. De nieuwe streekproducten als de Pajotse parels van Gooik, de plotertaart en de Ternatse keitjes spelen in op deze twee sporen.


Handige links

Straffe Streek

Streekproduct.be

Streekproducten Centrum

Pajottenland.be

Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing

Week van de Smaak

 

Literatuur

Jean-Pierre Schoukens en Yves Segers, Konijn met geuze: volkse verhalen over eetcultuur in het Pajottenland tijdens de twintigste eeuw, Leuven: Centrum voor Agrarische Geschiedenis, 2008.

 
Sarah Luyten, In Brussel ge(s)maakt? Een wisselwerking met Vlaams Brabant, De Draak vzw, 2013 .
Deze publicatie is het resultaat van een project van Erfgoedcel PZ ism Erfgoedcel Brussel en Centrum voor Agrarische Geschiedenis. Meer informatie vind je hier.
Beeldende kunst

Na een wandeling of fietstocht in het Pajottenland of de Zennevallei begrijp je waarom zoveel kunstenaars hier inspiratie kwamen opdoen of zelfs de schildersezel op een rustige landweg  neerpootten om ter plaatse te proberen de realiteit naar hun eigen hand te vertalen. Vele creatievelingen kwamen uit Brussel, maar de regio heeft natuurlijk zelf ook enkele grote kunstenaars voortgebracht. Pajottenland en Zennevallei zijn eveneens trotse eigenaar van enkele ware topstukken en waardevolle collecties. 

De streek als inspiratiebron

Brueghel-routePieter Bruegel de Oude (1525-1569) woonde de laatste jaren van zijn leven in Brussel en bezocht regelmatig de Pedevallei en haar bewoners. De verschillende landschappen uit het Pajottenland bleken een bron van inspiratie voor de schilder. Zo gebruikte hij het kerkje van Sint-Anna-Pede (Dilbeek) als achtergrond voor de "Parabel van de blinden". Je kan in de voetsporen van Breugel treden door het Bruegelwandelpad met reproductiepanelen van zijn werken te volgen.

In de 19e eeuw kwamen schrijvers en kunstenaars uit Brussel vaak inspiratie opdoen in het Pajottenland en de Zennevalei. De zachtglooiende heuvels en rustige dorpjes vormden een welkome afwisseling met de drukte van de industriële stad. Één van de Brusselse kunstenaars die zijn inspiratie in het landelijke boerenleven kwam zoeken was Jean Brusselmans (1884-1953). Ook minder ver in het verleden verlieten kunstenaars en creatievelingen de stad om dankbaar gebruik te maken van de verscheidenheid aan landschappen die de regio te bieden heeft. Zo vonden hier opnames van De Leeuw van Vlaanderen plaats. Ons Geluk en Johan en de Alverman werden onder meer in Pepingen en Gaasbeek opgenomen. De Hertboommolen in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek staat sinds Kapitein Zeppos dan weer gekend als de Zepposmolen. 

Plaatselijke topstukken

Het gotisch retabel in Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek werd rond 1520 gemaakt in de Brusselse school en is een waar topstuk. Dit gotische retabel beeldt alle scènes uit het leven van Maria uit. Let zeker op de perspectiefeffecten in de panelen, de iconische details en prachtig uitgewerkte kledij. De kerk is te bezoeken met gids.

In de Sint-Pieterskerk in Sint-Pieters-Kapelle bevindt zich, naast talrijke andere kunstwerken, de kruisweg van Constantin Meunier (1831-1905). De kunstenaar gaf aan het begin van zijn carrière vooral religieuze- en historiestukken weer. 

Huizen als musea

Markiezin Arconati Visconti liet haar collectie en het Kasteel van Gaasbeek over aan de Belgische staat. In 1923 realiseerde de Staat haar wens om van het kasteel een museum te maken. De markiezin droomde van een renaissancemuseum. Vele van de kunstwerken die zij verwierf komen dan ook uit de 15e en 16e eeuw. De collectie van het museum telt ongeveer 1.500 objecten, naast schilderijen en beeldhouwwerken bevat zij onder andere wandtapijten, meubels en keramiek.

Felix De Boeck - FeliXartFelix De Boeck uit Drogenbos (1898-1995) behoort tot de eerste generatie modernistische schilders in België. Zijn specifieke abstracte stijl van het begin van de jaren twintig weerklonk ook elders in Europa: ‘De Stijl’ is de bekendste en meest extreme vertegenwoordiger van deze nieuwe kunst. Kenmerkend voor zijn stijl is het krassen met een passer in monochroom geschilderde kleurvlakken. Het FeliXart Museum vertrekt vanuit Felix De Boeck en biedt wisselende tentoonstellingen en projecten aan rond zowel historische als hedendaagse avant-gardekunst. 

Lokale kunstenaar, (inter)nationale uitstraling

Camille Colruyt (1908-1973), geboren in Lembeek, staat bekend als een van de belangrijkste religieuze kunstenaars van de twintigste eeuw. Als edelsmid en beeldhouwer maakte hij honderden kunstwerken voor kerken en kloosters. Van zijn hand zijn onder andere kelken en monstransen, beeldenfriezen en kruiswegen. Het Zuidwestbrabants Museum bezit een omvangrijke collectie van zijn ontwerptekeningen, enkele tientallen kunstwerken en zijn volledige gereedschap. Het Zuidwestbrabants Museum bewaart ook materiaal rond zijn broer Jozef Colruyt (1900-1988): kunstglazenier en kunstschilder.

Anarchist Wilchar werd geboren als Willem Pauwels (1910-2005) en zag zijn schilderijen en gravures als bommen die in het gezicht van de toeschouwers ontploffen en ze diep doen nadenken over het absurde van de wereld rondom ons. De kunstwereld, de politiek, de godsdienst en vele andere gevestigde waarden worden door Wilchar niet gespaard. De gemeente Beersel is eigenaar van de nalatenschap van de kunstenaar, die zijn laatste jaren in Alsemberg doorbracht. De collectie wordt getoond in het voormalige klooster “De Grote Sleutel”.

Het werk van Koenraad Tinel (°1934) is erg veelzijdig. Zo zijn er tekeningen en sculpturen, maar ook theaterdecors van zijn hand. In de regio is vooral “Prins”, een standbeeld van een trekpaard in Lennik, een gekend werk van de kunstenaar. 

 

Handige links

Erfgoedplus.be

Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium

Agrarisch en industrieel erfgoed

Het Pajottenland en de Zennevallei bieden een brede waaier van gezichten, gaande van het hele landelijke Bever tot de industriële sites in de Zennevallei. Naast de papier- en houtfabrieken is het kanaal Brussel-Charleroi, dat bijvoorbeeld in Halle naast zijn natuurlijke broer de Zenne ligt, een voorbeeld van het industriële erfgoed dat je in de Zennevallei kan terugvinden.

De molen als eerste teken van industrie

Vlaams-Brabant kende ooit een bloeiende papier- en kartonnijverheid. Vooral de diepe valleien van de Molenbeek en de Zenne kunnen beschouwd worden als de bakermat van de Belgische papiernijverheid. De vraag naar papier steeg in de 16e eeuw omdat administratieve diensten in Vlaanderen en Brussel op een andere manier gingen werken. Ook de net uitgevonden boekdrukkunst deed de vraag stijgen.

HerissemmolenIn de Zennestreek lopen er veel snel stromende beekjes, wat in deze streek tientallen molens deed opduiken. Zo werd de papiermolen in Herisem in 1536 opgericht. In de 19e eeuw evolueerde deze papiermolen naar een kartonfabriek. De machines waarmee het eerste mechanische karton geproduceerd werd, staan nog steeds opgesteld zoals ze er bij de sluiting in 1940 werden achtergelaten. In dit beschermde industriele monument kan je je eigen recyclagepapier maken.

In Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek staat al eeuwenlang een windmolen, die enkele malen opnieuw opgebouwd geweest is. Omwille van enkele moorden stond de Hertboommolen in de streek lange tijd bekend als de ‘Tragische Molen’ van Lombeek. Sinds de opnames van de toenmalige BRTN van de nieuwe jeugdreeks Kapitein Zeppos in de jaren ’60, kent iedereen in Vlaanderen de molen echter als de Zepposmolen.

Industriële tak rond de Zennevallei

Om de mijnindustrie van Charleroi van een snelle en goedkopere afvoerlijn naar Brussel en de haven van Antwerpen te voorzien, werd tussen 1827 en 1832 het kanaal Brussel-Charleroi gebouwd.

Aan de Zenne vestigden zich stroomafwaarts vanaf Halle bedrijven die ook gebruik maakten van de waterloop, zoals papier- en houtfabrieken. De geschiedenis van Catala, een grote papierproducent die ook nu nog actief is, begint al in 1792 in Drogenbos. Onder andere in Drogenbos, Beersel en Sint-Genesius-Rode zijn nog vele sporen van de voormalige industrie aanwezig. Vele industriële sites zijn nu echter verlaten.

Productie voor Brussel

Naast papier werden ook vele landbouwproducten voor Brussel geproduceerd. Het Pajottenland dankt daaraan zelfs zijn bijnaam als ‘fruittuin van Brussel’.

De hoogstamboomgaarden die rond vele boerderijen werden aangelegd, waren oorspronkelijk enkel bedoeld als nevenactiviteit. In de 19e eeuw wordt deze productie een belangrijke bron van inkomsten voor de boeren. De fruitteelt ligt mee aan de basis van de lokale fruitbieren. Echte geuze en kriek worden trouwens alleen in het Pajottenland en de Zennevallei gebrouwen.

Ooit maakte ook de hopteelt een belangrijk onderdeel uit van de landbouwproductie in het Pajottenland. Het drogen van de hopbellen en de vrucht gebeurde in een speciaal daarvoor gebouwd ast. In de Sint-Elooistraat in Sint-Martens-Bodegem staat één van de laatste twee hopasten. Ook in Ternat staat er nog een hopast en kan je aan het station de restanten van een hopstakenkooi vinden.

Beschermde landschappen en dorpsgezichten

Om er zeker van te zijn dat ook onze kinderen later nog zullen kunnen genieten van de vele mooie gezichten van het Pajottenland en de Zennevallei, worden sommige landschappen en dorpsgezichten beschermd. Dit betekent dat elke verandering enkel met de goedkeuring van officiële instanties mag plaatsvinden.

Een landschap kan de status van beschermd onroerend erfgoed krijgen als het van algemeen belang is wegens zijn natuurwetenschappelijke, historische, esthetische of sociaal-culturele waarde. Zo vormt de boerderij en de kartonfabriek van de Herisemmolen samen met de onmiddellijke omgeving een beschermd landschap. De Kesterheide, het hoogste punt van de Gooik, is ook een beschermd stukje natuur. De Congoberg in Galmaarden dankt zijn exotische naam aan de mijnwerkers die elke dag met de trein naar de steenkoolbekkens van de Borinage pendelden en ’s avonds moe en zwart van zweet en kolenstof terugkeerden. Dankzij deze geschiedenis, en omdat de top van de berg natuurlijk heerlijke vergezichten biedt, is de Congoberg een beschermd landschap.

Maak ook eens een wandeling in Gaasbeek of Sint-Martens-Bodegem, beide dorpjes zijn immers een beschermd dorpsgezicht.

De pauzeknop

Wil je even weg van alle moderne geluiden en je oren weer laten wennen aan het ruisen van de wind en de stevige passen die kleine takjes breken, bezoek dan zeker het Stiltegebied Dender-Mark. Wandelingen en fietstochten leiden je door deze Regio van Rust en Ruimte en doen je op verschillende plaatsen in het Pajottenland halt houden zodat je met ogen en oren kan genieten. In Dilbeek ijvert de organisatie Trage Wegen Dilbeek voor wandelvriendelijke paden. Op hun website vind je verschillende wandelroutes.

 

Handige links

Trage Wegen vzw

Paradijsplekjes

Centrum Agrarische Geschiedenis